Wat is slechthorendheid?

In geval van slechthorendheid hoort iemand minder (kwantiteit) en anders (kwaliteit) dan een goedhorende. Alle geluiden, dus ook spraakklanken, komen niet alleen zachter, maar ook vervormd op de slechthorende over.

Binnen de groep slechthorenden is er sprake van een grote diversiteit. De mate en de aard van het gehoorverlies kan verschillen, evenals het tijdstip en de manier waarop het gehoorverlies is ontstaan. Verder kan de specifieke oorzaak, de leeraanleg, de hoorstatus van de ouders en de acceptatie van de ouders van het gehoorverlies verschillen en van invloed zijn op de ontwikkeling van de leerling.


Wat merk je, wat zie je?
Slechthorende leerlingen horen minder en vooral ook slechter dan goedhorende leerlingen. Het vervelende daarbij is dat een slechthorende niet weet wat hij slecht hoort of wat hij niet gehoord heeft. Hij hoort namelijk ook delen wel goed. Hij heeft een eigen interpretatie van wat hij gehoord heeft. Hierdoor ontstaan er vaak misverstanden in de communicatie. Ook zijn er leerlingen die hierdoor in de war raken en blijven twijfelen. Zij zijn onzeker en durven niet te vertrouwen op wat ze horen.

Slechthorenden maken vaak gebruik van apparatuur. Het is een misverstand te denken dat een slechthorende door het gebruik van apparatuur een goedhorende wordt. De geluiden worden door de apparatuur alleen versterkt, de vervorming blijft aanwezig. Luisteren is voor een slechthorende zeer vermoeiend. Dat komt omdat een hoorapparaat geen (spraak)geluiden uit het achtergrondrumoer kan filteren. Bijgeluiden zoals ruis, galm, gekuch en geschuifel worden ook versterkt doorgegeven.

Het gebruik van soloapparatuur (zender met een microfoon voor de leraar en een ontvanger met een hoortoestel voor de leerling) helpt bij het voorkomen dat andere geluiden worden mee versterkt. Bij ernstige slechthorendheid heeft de solo-apparatuur tevens een signaalfunctie. Het geeft een prikkel wanneer er iets gezegd wordt. Dit verbetert de alertheid van de leerling.